Trouwste Reisgezel

Iedere reis reist die mee,
vanaf het begin tot aan het eind.
Hij is er voor de reis
Hij is er na de reis.
Hij plant de reis,
Hij deelt de reis,
Hij eet de reis
langzamer dan je wenst
sneller dan je wenst.
Hij telt de dagen,
telt naar huis,
telt naar een volgende reis.


Gedichtje bij een horloge als reiskado voor mijn moeder

ZIELIG

Lekker zielig.
‘Zielig’ proefde mij altijd verdacht. Het is een woord dat ik niet vaak en niet graag in de mond nam. Als kind en jongere wilde ik met mijn handicap vooral niet zielig gevonden worden.
Toch heb ik afgelopen dagen aan mijn eerdere blog “Koude Kermis”, alsnog de tag, oftewel het labeltje ‘zielig’ toegevoegd. Ik bedacht me dat de kern van het kermisverhaal was dat ik de struikelende en door zijn opa genegeerde jongen zielig vond; ik had met hem te doen.
Vreemd hoe na een leven van bijna 52 jaar het woord zielig opeens zo anders op mijn tong lijkt te liggen. Zielig, realiseerde ik me, betekent dat iets je in je ziel raakt (nou, nou wat een genie). Iemand zielig vinden betekent dat de situatie van die ander je van binnen raakt. Is dat gevoel niet één van de smaakmakers van onze medemenselijkheid, onze ethiek misschien zelfs. Hoe zoet is het om niet alleen te oordelen en te handelen op basis van je ratio en vastgelegde morele principes, maar juist ook vanuit je hart, je verbondenheid, vanuit een stemmetje dat zegt “Maar dat vind ik zielig”?

Bah, wat zielig!
Waarom denk ik bij zielig dan toch ook aan te zoete zuurtjes met kunstmatige smaakstoffen? Een kleine speurtocht bij Google-afbeelden werkt verhelderend:

 kind doet zielig          nog een zielig hondjezielige zige

Zielig heeft de bijsmaak van vals sentiment en effectbejag. Van kinds af aan leren we de kracht kennen van het aanspreken van de ziel van de ander. We leren om dat te gebruiken en te misbruiken. Van een kind dat dreinend zijn zin weet te krijgen tot hondjes die speciaal met veel te grote ogen zijn gefokt, omdat dat zo zielig oogt. Het proeft naar het exploiteren van onze medemenselijkheid, ons gevoel. “Bah, doe niet zo zielig!”
Misschien kun je spreken van een valse- en een oprechte zieligheid. De struikelaar in mijn verhaal vond ik in beide betekenissen zielig.

Genadebrood
Ik proef ook nog iets anders. Als Wilders Pechtold een “zielig mannetje” noemt, heeft dat weinig te maken met hun zielsverbondenheid. Zielig lijkt vaak op gespannen voet te staan met respect, of serieus genomen worden. Zielige mensen zijn geen leiders, geen alpha-mannetjes, of -vrouwtjes. Zielig zijn degene die in bescherming moeten worden genomen. Ze staan onderaan, Zielig heeft de smaak van genadebrood. Logisch dan dat iemand die opgroeit met een handicap vooral niet zielig gevonden wil worden.
Toch ben ik zielig dus anders gaan appreciëren, me dus gaan beseffen, dat in een bepaalde betekenis zielig juist ook goed kan zijn, het goed kan zijn om iets zielig te vinden en om zielig gevonden te worden.

Tot zover mijn gedachtenproefsels rond het woordje zielig. Het roept meteen ook weer verdere gedachten en vragen op. Hebben andere mensen (met en zonder handicap) dezelfde smaakassociaties bij dit woord? Hoe zit dat met het zielig vinden van mezelf, als ik weer eens flink aan het kwakkelen ben? Is een zielig mannetje, anders anders dan een zielig vrouwtje?

Enfin: het krijgt misschien nog een zielig vervolg.

koude kermis

Goede Vrijdag in het Griftpark                                   

In het kille licht van een zon die niet door wil breken,
schreeuwen de kleuren van een nog bijna verlaten kermis.

In mijn oren getoetoetoeter- terror van een kermisknaller.
Boven mijn hoofd gaapsuizen blauwpaarse vissenbakken
aan de tentakels van een oelijke octopus.

Een dik verveeld puberjong trempelt zoekend voorbij,
vergeet zijn voeten en valt voor mijn neus
op de rand van het veelarmig vertier.

Kleuterig kermend blijft hij zitten op de rand.
Geklonken aan mijn stoel kan ik hem in dit kabaal
enkel wat medeleven toeschreeuwen.

Ach Heer, wie helpt hem?
Oké Heer, hij stelt zich aan,
maar Heer, wat warmte doet toch geen kwaad?

Eindelijk beantwoordt een lange kroeggekreukde grijsaard het geklaag.
Zijn automatisme verraadt een bloedband.
Liefdeloos, zwijgend en ’t joch niet aankijkend
stroopt hij de broekspijp op tot de schaafwond.
“Niets voor het ziekenhuis”, smaalt opa mij spottend toe.

en stil verdwijnt de familie in het kermiskabaal

.blue power3

aparticipatie en de jeugd op de sint maartensberg

luchtfoto maartenskliniek

In mijn jeugd bestond apartheid en groeiden mensen met een handicap vaak op in instituten, veilig weggeborgen in de bossen. Voor mij was dat deels het geval. Ik woonde wel thuis, maar ging naar de speciale school van de Sint Maartenskliniek op een berg bij Nijmegen.

Op de website http://www.aparticipatie.nl vind je mijn verhaal en dat van de jongeren van toen, die soms meer dan twintig jaar in een internaat woonden. Hoe hebben zij dat ervaren? Hoe zijn zijn ze deze apartheid ontgroeid?

verzameld bij barakken

Naar aanleiding van deze ervaringen het volgende gedicht:


JEUGD OP DE SINT MAARTENSBERG

Kinderlevens
op de berg.
Ziek en kreupel
op de berg.
Voor je bestwil
op de berg,
tussen nonnen
op de berg.

Op de berg
ver van alles.
Op de berg
uitgesloten.
Op de berg
eigen wereld.

Op de berg
kinderdromen,
op de berg,
weg te komen,
van de berg
in de wereld.
Uit de wereld
van de berg.

VERLOREN SLEUTELS 2014 / 2015

2014 was geen gemakkelijk jaar.

Ik kon er moeilijk omheen. Mijn oude leven oppakken zou niet meer gaan. Ik moest het blijven stellen met een lijf dat veel minder wil en zich niet laat plannen

Je kon er moeilijk omheen: We lijken steeds scherper tegenover elkaar te komen staan: Zwartepieten, bedreigen en uitsluiten. Het behoud van het eigen lijkt het steeds vaker te winnen van interesse voor de ander`.

Toch neem ik met een glimlach afscheid van 2014. Voorzichtig vind ik mijn andere weg. Met dank aan alle lieve mensen die me bijstaan en volgen.

De wereld en haar inwoners zijn zo slecht nog niet. Vandaag om de hoek bij het park trof mij het volgende beeld:

20141231_1630020

Voor 2015 wens ik jullie veel handen die graag oprapen, wegen en deuren die zich weer openen.

Geert